Tim opnieuw 4de beste skiffeur ter wereld
Vandaag startte Tim in zijn vijfde A-finale. Op 2007 na, toen de Bruggeling op het WK te Munchen toch nog de B-finale won, was hij dus telkens op de afspraak. Tim hoopte dat hij na twee vierde plaatsen eindelijk eens het erepodium op zou kunnen. ‘Ik werkte hard aan mijn eindsprint en dit zonder iets in het middenstuk van de race in te leveren. De voorbije races bleek dat zelfs een lichte tegenwind me niet meer zo fel kan hinderen. Die twee derde plaatsen in de A-finales van de World Cup 2009 doen me steeds harder in mijn medaillekansen geloven.’, klonk het de voorbije week hoopvol uit de mond van ons nationaal roeiboegbeeld.
Er stond geen tegenwind, wel integendeel, de wind blies fors in het voordeel van de skiffeurs. In de eerste halen van de A-finale eiste de Brit Campbell traditiegetrouw het initiatief op. Tim volgde na 500m op een halve lengte op enkele tienden van één seconde op het brons. Halfweg was die kloof iets meer dan één seconde en werd het hoopvol wachten op die tweede wedstrijdhelft, het sterke punt van Tim. ‘Mijn boot danste in de golven op en neer. Ik kreeg die niet echt onder controle, zodat ik niet kon verdapperen, wel integendeel, mijn tweede duizend meter bleek nu acht seconden trager en dan kan je geen medaille pakken.’, zuchtte een fel ontgoochelde Tim, die dus voor de derde keer zich tot de vierde sterkste roeier van de wereld ontpopte en dat in een finale waarin hij voor het eerst de tweevoudige Olympische kampioen Olaf Tufte achter zich hield. Dat het een razendsnelle race werd bewees winnaar Mahe Drysdale die aan zijn derde WK-goud meteen ook een nieuw wereldrecord koppelde. Met 6’33”35 bleek hij twee seconden sneller dan in zijn schitterende A-finale van het WK 2006.
Bondscoach Harald Jahrling deelde de ontgoocheling van Tim, maar wist meteen wat hem te doen staat. ‘Tim moet in een andere, zeg maar iets bredere boot, die minder gevoelig is aan woelig water. Toch mag dit niet echt een excuus zijn voor die vierde plaats, want meer zat er met een achterstand van één lengte op 500m van het einde, waar het erg moeilijk roeien was, echt niet in. Blijkbaar was de honger op een medaille zo groot dat hij in zijn jacht op dat eremetaal enkele foutjes maakten, die hem zwaar werden aangerekend. Toch blijven we erin geloven, want ooit wordt het wel eens zijn dag.’, voorspelt de Belgische bondscoach.
bron: William Defraigne

Nieuwe reactie inzenden